Achille Colignon werd op 22 augustus 1813 in Lixhe geboren. Zijn vader was douanier in Maastricht en stelde hem voor aan Charles De Brouckère, toen volksvertegenwoordiger in de Nederlandse Staten-Generaal. Die werd zijn mentor en moedigde hem aan om zich in te schrijven aan de Université de Liège en vervolgens aan de Militaire School in Brussel. Hij werd in 1838 benoemd tot luitenant en gaf les in artillerie aan de Militaire School. In 1845 werd hij bevorderd tot kapitein. Hij raakte in die tijd geïnteresseerd in sociale kwesties en begon zijn politieke carrière als lid van La Phalange Licinia, een soort geheim genootschap dat gelijkheid voorstond. Dit lidmaatschap bracht hem in de problemen met zijn superieuren; hij moest dit uitleggen aan generaal Chazal, de minister van Oorlog, die uiteindelijk begrip toonde.
Toen hij nog soldaat was, waren hij en zijn groep officieren al geïnteresseerd in het welzijn van jonge kinderen en in 1846 steunde hij de oprichting van de allereerste crèche van het land: die in de Overvloedstraat in Sint-Joost-ten-Node, die samen met de gemeente Schaarbeek werd uitgebaat.