Monument voor de 10 Schaarbeekse verzetsstrijders die sneuvelden bij Ohain (Route des Marnières 41)
Op 4 september 1944 breekt er op de Route des Marnières nabij Ohain een gevecht uit tussen Duitse soldaten en leden van de verzetsgroep Patriottische Milities (lokale sectie van Schaarbeek), die de sectie van Waterloo kwamen versterken. Tien van hen, waarschijnlijk in een val gelokt, worden door vijandelijke machinegeweren dodelijk neergemaaid. Een enkele overlevende, Louis Vanderbeke, wordt bij zonsopgang door de lokale bevolking gevonden. De Patriottische Milities was een substructuur van het Onafhankelijkheidsfront. Deze verzetsbeweging wordt in 1941 door de Communistische Partij opgericht en is in 1942 zeer actief op nationaal niveau. Ze verenigt communisten, katholieken, vrijmetselaars en Vlaamse democraten en bereikt ook onderwijzers, magistraten, dokters, studenten en artiesten. Ze steunt de werkweigeraars en voert veel propaganda via zijn clandestiene persorgaan Front. Dankzij de missie van één van haar leden, Victor Martin, wordt het lot van de Joden in Auschwitz onthuld.
Op 6 juni 1948 wordt er op de plaats van het bloedbad een monument onthuld in aanwezigheid van een aantal prominenten, waaronder Fernand Blum, burgemeester van Schaarbeek, en Pierre Van Hoegaerden, burgemeester van Ohain. De gemeente Schaarbeek draagt financieel bij aan de oprichting van het monument. Het monument zelf is van de hand van de architect Maurice Heymans en toont een beeldhouwwerk van Louis Van Cutsem dat een verzetsman voorstelt met een machinepistool in zijn hand.
Gedenkplaten met de namen van gevallen helden: Émile Gilson (21 jaar), typist in de bevoorradingsafdeling van Schaarbeek, Joseph Beaudart (20 jaar), Raoul De Cartier (19 jaar), Arthur Denuit (44 jaar), Louis Forton (19 jaar), Robert Massaux (37 jaar), Jean Mommaerts (26 jaar), Emile Ryckmans (20 jaar), Emile Van Impe (37 jaar), Joseph Van den Bergh (34 jaar).
Een gedenkplaat herinnert eveneens aan de zegening die Abbé Devroye bij de inhuldiging gaf.